Huilen en knarsentanden

Het is een vraag die elke mens zich al eens stelt, luidop of in stilte: bestaat er een hemel, bestaat er een hel? En daaropvolgend: wat is er voor mij bestemd? Waarheen leidt mijn leven? Deze vragen zijn mogelijk beangstigend: niemand wil in een hel terechtkomen, nu niet, later niet.

We kunnen die angst wegduwen, door het bestaan van hemel en hel te betwijfelen, of zelfs te ontkennen. Zo wordt ons leven nu alvast gemakkelijker. En later? Dat zien we dan wel …

Voor heel wat mensen anderzijds is de vraag over hemel en hel geen toekomstperspectief. Zij ervaren nu al hun huidig leven als een helse toestand. Ze kennen de situatie die Jezus beschrijft als buitengesloten zijn, huilen en knarsentanden. Ze kennen de hel, van binnenuit. Ze hopen op een hemel, ze hopen dat de hemel geen verzinsel is.

Voor iedereen is de toekomst onbekend. We zouden het waarderen als iemand een tipje van de sluier kon oplichten. Lucas vertelt zondag hoe Jezus op zijn weg naar Jeruzalem die vraag naar onze toekomst voorgeschoteld krijgt: wie zal er gered worden? Zijn antwoord is verontrustend voor al wie denkt te behoren tot de juiste groep.

Heb je met Jezus gegeten en gedronken? Dat volstaat niet. Was je erbij toen er onderricht werd gegeven over Jezus? Dat volstaat niet. Met enkel die verdiensten zal voor jou de deur gesloten blijven.

Jezus spreekt nog méér verontrustende woorden in deze tijden van migratie. Hij zegt dat mensen uit het oosten en uit het westen, uit het noorden en uit het zuiden een plaats zullen krijgen in Gods koninkrijk.

Hoe bepaalt God dan voor wie de deur gesloten is, wie er buiten moet blijven? Het antwoord staat aan het einde van het evangelie van zondag: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en eersten die de laatsten zullen zijn. Jezus heeft waarschijnlijk gelijk als hij zegt: velen zullen proberen binnen te komen maar zullen het niet kunnen.

Evenementen