Op Bezoek bij Pater Jan
2 – Wereldkerk in veelvoud
Bij deze familiefoto rond de doopvont blijkt al hoe vele families ‘gemengd’ zijn. Dit staat beeld voor de Surinaamse Kerk.

De parochie verzamelde met allerlei acties een mooi bedrag opdat deze meisjes samen met pater Kumar de Wereldjongerendagen konden meemaken.

Surinamers hebben blijkbaar een groter vertrouwen in God dan in Statistieken.
Het zou geen klassieke vakantie worden. Dat was trouwens geenszins de bedoeling. Meer dan plaatjes zien of tot rust komen, had ik het voornemen om mij open te stellen voor een ‘nieuwe wereld’. Zo noemden de eerste Europese ontdekkingsreizigers de nieuw ontdekte continenten. Benieuwd naar het pastorale werkterrein van pater Jan in Suriname kwam ik terecht in een wereld van verschil en toch hoefde dat geen probleem te zijn. Noch in de Surinaamse samenleving, noch in de Surinaamse Kerk.
Een mengelmoes
Alleen al een eucharistie meemaken was voldoende om een beeld te krijgen van de Surinaamse bevolking. Het is namelijk een mengelmoes van volken en dat heeft alles met de koloniale geschiedenis van dit landje te maken. Er leven naast de oorspronkelijke bevolking van Indianen mensen afkomstig uit India, China, Indonesië en verschillende landen uit West-Afrika. Laatstgenoemden werden als slaven ‘ingevoerd’. De anderen werden er ontvangen als gastarbeiders. Deze volken vermengden zich dan nog met elkaar. Het aantal mensen afkomstig uit Europa is beperkt. Het tropisch klimaat was en is slopend en dat mocht ik ook meemaken. Niet alleen is er een mengelmoes van volken en culturen, er is ook een verscheidenheid aan godsdiensten: christendom (rooms-katholieken, protestanten, evangelische kerken …), islam, jodendom, hindoeïsme, winti-geloof bij de ‘bosnegers’ … Het is een wonder dat zij in verdraagzaamheid naast elkaar leven, soms nog met behoud van eigen cultuur. Dit was trouwens de uitdaging toen Suriname meer dan veertig jaar geleden een onafhankelijke republiek werd. De meeste inwoners hadden lange tijd als tweederangsburgers geleefd onder koloniaal bewind. Nu was het de uitdaging om in vrede met elkaar te leven.
Een Kindje Jezus tussen de bloemen
De parochiekerk zelf verschilt geenszins van een kerk hier. Alleen de aanwezigheid van een twintigtal ventilators en de open ramen verraden dat we in de tropen zitten. De kerststal staat er nog. De beelden zijn identiek aan de plaasteren beelden van menige kerk hier bij ons. Waarschijnlijk dus ingevoerd. Maar net zoals wij de beelden heel vaak zetten in een stal die lijkt op een Vlaamse schuur, heeft pater Kumar samen met vrijwilligers de stal een geïncultureerd tintje gegeven. Het Kindje Jezus wordt geboren in een holle boomstam te midden van een stukje fragment uit het oerwoud, gevormd door palmen, bromelia’s, grassen, orchideeën en andere exotische bloemen.
Iedereen zit op banken met ervoor een knielbank. Bij het samen vieren ervaar ik dat de liturgie elementen van de verschillende culturen geabsorbeerd heeft als het ware. Er wordt al even uitbundig meegezongen en meegebeden als in de meeste protestantse kerken. Net zoals bij ons hebben zij ook melodieën en liederen uit deze traditie gehaald. Stilte hoeft geen probleem te zijn. Het meditatieve van oosterse godsdiensten vertaalt zich ook. De zin voor het Heilige voel ik overduidelijk. Geknield zitten bij het eucharistisch dankgebed is geen opdracht. Bidden doen ze ook met de handen, samengevouwen, of met open handen en gespreide armen. Niemand bekijkt de ander vreemd. En zo devoot men kan zijn en in zich gekeerd, zo communicatief kan men ook zijn. Een spontane groet of ander woord wordt beantwoord. Een applausje is voor hen geen vreemd gegeven, zoals ook een uitgebreide vredewens naar vele staanders. Er mag zelfs gelachen worden. Een jongere die aan de Wereldjongerendagen in Panama deelneemt, geeft een sterk getuigenis en wordt ondertussen door de aanwezigen woordelijk aangemoedigd. Deze liturgie is dus zomaar niet in een hokje te steken. Maar voor mij is ze wel herkenbaar. Ook al herken ik de ‘Hollandse’ en Surinaamse zinswendingen of articulatie van woorden, toch stond ik perplex bij het samen bidden van het Onze Vader. De nieuwe Nederlandse vertaling is tot in Zuid-Amerika doorgedrongen en zonder moeite spreek ik ze mee uit. Het gaf mij een apart gevoel van ‘hier thuis mogen zijn’.
Met open kist
De ‘bijzonderste’ viering die ik mocht meemaken was een uitvaart. Op zich weer herkenbaar, zelfs een woorddienst zonder communie net zoals bij ons. Haast een gelijkaardig verloop dat hier al gangbaar was voor de komst van pater Jan. Het grote verschil ligt hem in de beleving door familie en de parochiegemeenschap. Voor de viering vindt het condoleren plaats vooraan in de kerk, met open kist! En dit is ‘doodnormaal’. Zelfs de vrij jonge misdienaars gaan tijdens de viering verschillende keren langs de kist zonder hiermee enige moeite te hebben. Een ploeg van vier dames van de parochie, zwarte rok, witte blouse, paars sjaaltje, leidt alles in goede banen, heel spontaan, maar zo nodig ook directief. Binnen de kerk heeft de begrafenisondernemer niets te zeggen. Wil hij met een fanfare en met dansende dragers komen zoals bij sommige begrafenissen van Creolen, dan is dit geen probleem. Doch eens in de kerk nemen de dames over.
Het slot van de viering is heel pakkend. De familie verzamelt zich rondom de kist en sluit ze zelf af na soms nog een laatste groet. Mannelijke familieleden dragen zelf de kist bij het buitengaan net zoals bij het binnenkomen. Ik mag voelen hoe intiem en bijzonder dit gebaar is.
Stijlvol
Het stijlvolle en attente van deze rouwploeg van vier dames ervaar ik ook bij gewone eucharistievieringen. Reeds een half uur voor de viering, soms zelfs veel langer, is de priester present, maar eveneens de koster, de organist, een ploeg van een achttal misdienaars, lectoren, organist, cantor en een viertal communieuitreikers. Deze laatsten allemaal met keurige zwarte broek of rok, wit hemd of blouse, de dames een sjaaltje aangepast aan de kleur van de liturgie. Zij staan naast het uitreiken van de communie mee in voor het verwelkomen van de mensen en het aanbieden van een zangboek. En dat is wel het gevoel dat iedereen krijgt: iedereen is welkom. De viering wordt niet alleen gedragen door de priester, doch ook door zoveel participanten.
Verering
Wat bijzondere verering betreft krijgt Maria evenveel aandacht als bij ons. In deze parochiekerk was ook de Stichter van de salvatorianen prominent zichtbaar, zoals Don Bosco bij ons prominent aanwezig is in parochies waar salesianen pastoor zijn. Ik mag voelen hoe de paters die de verschillende parochies leiden, gedragen worden in hun werk. De overleden missionarissen die hier actief waren worden niet vergeten. Eén springt er echter bovenuit: Pater Peerke Donders. Hij ligt begraven in de kathedraal van Paramaribo, helemaal in hout opgetrokken. Peerke was een eenvoudige Nederlandse jongen die er zoals onze Damiaan alles voor deed om priester te worden. Hij trok naar Suriname als missionaris en zette zich onder meer in voor de melaatsen. Alleen was hem een langer leven toebedeeld. Wegens zijn devoot leven en zijn inzet voor de zwaksten werd hij door de Kerk ‘zalig’ verklaard. Niet alleen voor de Surinaamse Kerk, maar voor de hele wereldkerk.
Pastoor Patrick

