Gerechtigheid
‘Was Jezus niet beter in de politiek gegaan?’
God werd lichtjes opgeschrikt door die vraag. Hij was aan het luisteren naar het voorzichtige gefluit van een vogel in de verte, terwijl hij genoot van de flauwe warmte van de winterzon op zijn gezicht. Hij zat op een bank niet ver van de kerk. Hij keek opzij en zag Ernest, een jongeman van een jaar of vijftien. Hij had hem al een paar keer ontmoet in de kerk en dan spraken ze over het weer of over de vrede in de wereld, naargelang het uitkwam.
‘Jezus in de politiek? Waarom zeg je dat?’, vroeg God. ‘Zijn uitspraken waren soms prachtige voorbeelden van politieke programmapunten,’ antwoordde Ernest. ‘Kijk naar wat hij zondag in het evangelie zegt: aan armen het goede nieuws brengen, aan onderdrukten hun vrijheid geven, een genadejaar uitroepen. Dat zijn duidelijke uitspraken waarvoor hij ongetwijfeld veel steun zou krijgen bij de kiezers.’ ‘Nou,’ lachte God, ‘ik herinner me niet dat in zijn tijd de democratie met verkiezingen al uitgevonden was.’
Ernest zette zich recht, hij was geen rustig type. ‘Je begrijpt toch wat ik bedoel!’ ‘Inderdaad’, zei God, ‘ik weet dat vele politici nu en vroeger inspiratie gevonden hebben in Jezus’ uitspraken en standpunten. Heb jij misschien ook interesse? Met jouw gedrevenheid en scherpe geest kom je alleszins in aanmerking.’
De jongeman aarzelde. ‘Maar ergens klopt er iets niet,’ zei hij. ‘Politiek gaat over verwerving van macht. Terwijl Jezus voortdurend aan de kant van de machtelozen stond. Is hij daarom weggebleven van de politiek? Maar hoe kan je iets veranderen als je geen macht hebt?’
Het werd frisser, ze stonden recht en wandelden in de richting van de hoofdstraat. ‘Jezus heeft nochtans grote invloed gehad op de geschiedenis van de wereld’, zei God. ‘Zijn levenswijze en zijn uitspraken hebben heel wat veranderd, hoewel hij geen politicus was. Hij heeft geen wetten gemaakt.’
‘Klopt’, zei Ernest, ‘goede ideeën en voorbeelden kunnen ook tot verandering leiden. Maar gerechtigheid is toch onmogelijk als er geen wetten zijn?’ God schudde zijn hoofd. ‘Gerechtigheid wordt overroepen,’ zei hij. ‘Voor Jezus was de liefde belangrijker, zij moest voor hem op de eerste plaats staan. Liefde kan je niet in wetten gieten. Liefde wil gul zijn, terwijl wetten afgemeten zijn, afgewogen. Gerechtigheid heeft grenzen, liefde wil onbegrensd zijn.’
‘Daarin zou je wel eens gelijk kunnen hebben’, zei Ernest. ‘De machthebbers maken de wetten, zij zijn de winnaars, zij bepalen de regels. De gerechtigheid is onvermijdelijk in hun voordeel. Maar, als ik mag, ik vind dat onrechtvaardig! Er is macht nodig om de machtelozen weer rechten te geven. Daarom is de politiek volgens mij toch belangrijk.’
God zuchtte. Ze liepen voorbij het gemeentehuis. ‘Ernest, hier begint het dan voor jou’, zei hij. ‘Met zitbanken of waterlopen die onderhoud nodig hebben, met veilig verkeer aan de schoolpoorten, met een woonst voor wie zonder is gevallen. Als je mensen graag ziet, is hier zeker iets te realiseren. Wat denk je?’ (Lc 1, 1-4; 4, 14-21)

