Waar is God?

Waaraan kan je zien dat er een nieuwe tijd is aangebroken, dat God toch weer hoop heeft in zijn mensen? Hoe kan je weten dat God levend aanwezig tussen de mensen?

Misschien heb je hiervoor andere ogen nodig. Wie kijkt zoals gewoonlijk, zal zien wat hij gewoonlijk ziet, niets nieuws dus.

Johannes de Doper stelde zich die vraag ook, zo horen we zondag bij Matteüs. Eén ding was voor hem al duidelijk. In de rijke tempel van Jeruzalem, tussen de bloedende offerdieren en de geldkisten was God niet te vinden. De geleerde woorden van de kenners van de schrift, de honderden voorschriften en wetten, ze waren een muur geworden die God onbereikbaar maakte. Hij had beslist om terug naar de woestijn te gaan, terug naar het begin. Daar hoopte hij God wel te vinden.

Jezus was zeer onder de indruk van de boodschap van Johannes, en liet zich door hem dopen. Het was voor Jezus een moment van waarheid en inzicht, een keerpunt in zijn leven. Hij begreep toen dat het zijn opdracht was om God zichtbaar en tastbaar te maken voor de mensen. Zonder ophouden ging hij rond om over God te vertellen, om te tonen dat God barmhartigheid wil in plaats van dwang, dat God menselijkheid en begrip vraagt in plaats van dreiging en straffen.

Jezus’ woorden hadden een ongeziene genezende kracht. Mensen herwonnen vertrouwen en vonden hun sterkte terug. Wie niet meer durfde zien kreeg zijn zicht weer. Wie geen stap meer kon zetten overwon zijn verlamming. Wie huiduitslag had gekregen door uitsluiting en miskenning werd gezond. Wie doof was geworden van het schreeuwende onrecht kon weer horen. Armen kregen weer uitzicht op goed nieuws, mensen die niet meer durfden leven werden opgewekt.

Dat was het antwoord van Jezus op de vraag van Johannes: waar is God te vinden? Jezus was blij dat Johannes die vraag weer durfde stellen. God is onvindbaar in de kant en klare antwoorden van de schriftgeleerden. God is enkel te vinden in het steeds nieuwe begrip van mensen voor elkaar.

Evenementen