Sprekend bewijs

Elk jaar horen we op de zondag na Pasen het evangelie van Johannes met het verhaal van de ongelovige Thomas. In feite doen we daarmee onrecht aan deze apostel, want de apostelen waren aanvankelijk allemaal ongelovig. Maria Magdalena had hen gezegd dat ze Jezus gezien had, maar dat overtuigde hen niet. Pas nadat Jezus in hun midden was gekomen, hij hen toesprak met woorden van vrede en ze zijn wonden konden zien, pas dan geloofden ze. Een week na hun zien was Thomas er wel bij toen Jezus kwam. Nu kon hij Jezus ook horen en zien, en tot geloof komen.

Het is opvallend dat Jezus’ eerste woorden telkens woorden van vrede waren: vrede zij u. Ondanks de afgrijselijke dingen die er gebeurd waren en die zeker tot gevoelens van boosheid, frustratie, verzet of angst konden leiden, zei Jezus: vrede zij u. Hij toonde zijn verwondingen, groot genoeg om een hand of een vinger in te leggen. Het zou vandaag meer dan voldoende zijn om in opstand te komen en het geleden onrecht aan te vechten. Neen, Jezus vraagt vrede, hij vraagt om alle verzet, alle wanhoop en vrees te laten varen.

Net zoals Thomas waren wij afwezig toen Jezus bij de apostelen in hun midden kwam. Maar wij kunnen net zoals Thomas tot geloof komen. Want ook vandaag zijn er mensen die woorden van vrede blijven spreken, ondanks kwetsuren en dood. Dergelijke woorden zijn het sprekende bewijs dat Jezus leeft. Dergelijke mensen zijn het zichtbare bewijs dat Jezus voortleeft.

Evenementen